Waardoor ontstaat Dyslexie?
Cognitieve processen en oorzaken
Dyslexie wordt vaak verklaard aan de hand van een fonologisch tekort. Dit fonologische tekort verwijst specifiek naar de problemen die individuen ervaren in het herkennen, verwerken en gebruiken van klanken binnen de taal, wat essentieel is voor het begrijpen en toepassen van het fonologische systeem. Dit betekent dat mensen met dyslexie vaak moeite hebben met het koppelen van klanken aan de bijbehorende letters, wat een fundamentele stap is in het proces van lezen en schrijven.
Daarnaast komen ook problemen met het werkgeheugen en de verwerkingssnelheid vaak voor bij mensen die dyslexie ervaren. Deze cognitieve uitdagingen kunnen het moeilijk maken om informatie snel en effectief te verwerken, wat leidt tot verdere complicaties in leerprocessen. Recent hersenonderzoek heeft aangetoond dat de taalgebieden in de linkerhersenhelft, die cruciaal zijn voor taalverwerking, minder efficiënt samenwerken bij mensen met dyslexie. Deze inefficiëntie kan bijdragen aan de uitdagingen die zij ondervinden bij het ontwikkelen van lees- en schrijfvaardigheden, wat het belang van vroegtijdige herkenning en ondersteuning benadrukt.
Neurodiversiteit
Vanuit een neurodiversiteitsperspectief wordt dyslexie niet alleen als een beperking gezien, maar ook als een unieke en waardevolle manier van informatieverwerking.
Terwijl de linkerhersenhelft doorgaans betrokken is bij analytisch denken, taal en lezen, neemt de rechterhersenhelft een belangrijke rol in creatieve processen, visuele waarnemingen en het holistisch benaderen van informatie. Dit betekent dat mensen met dyslexie vaak minder gericht zijn op het lineaire denken en meer op het grotere geheel, waardoor ze in staat zijn om verschillende connecties en patronen te herkennen die anderen misschien zouden missen.
Het gebruik van de rechterhersenhelft kan niet alleen leiden tot uitdagingen in traditionele leeromgevingen, maar ook tot diverse talenten in creatief denken, innovatieve probleemoplossing en uitstekende visueel-ruimtelijke vaardigheden. Deze unieke manier van denken biedt kansen voor individuen met dyslexie om te excelleren in gebieden waar creativiteit en een breed perspectief van groot belang zijn.
Erfelijke component
Dyslexie komt vaak voor binnen families, wat duidt op een duidelijke erfelijke component. Onderzoek toont aan dat dyslexie voor 70–79% erfelijk is, wat suggereert dat genetische factoren een significante rol spelen in de ontwikkeling ervan (Richtlijnen Jeugdhulp, z.d.). Wanneer één ouder dyslexie heeft, bedraagt de kans dat het kind ook dyslexie ontwikkelt tussen de 30% en 50%. Onderzoek bij tweelingen ondersteunt deze bevindingen: eeneiige tweelingen vertonen meer overeenkomsten in leesvaardigheid dan twee-eiige tweelingen, wat waarschijnlijk duidt op genetische invloeden (Woortblind.nl, z.d.).
Naast erfelijke factoren zijn ook omgevingsinvloeden van belang, zoals de kwaliteit van onderwijs, steun vanuit het thuisfront en leeservaring. Er is geen enkel gen dat verantwoordelijk is voor dyslexie; het ontstaat uit een complex samenspel van genetische en omgevingsfactoren (EOS Wetenschap, z.d.).
Samenvattend beïnvloeden zowel genetische als omgevingsfactoren de ontwikkeling van dyslexie, wat cruciaal is om te begrijpen bij diagnostiek en begeleiding in het onderwijs.
